Waarom granaten naar granaatappels vernoemd zijn – in plaats van andersom
Verplichte biologie voor taalkundigen?
Ik ben behoorlijk van de natuur vervreemd. Ik kan een wilg van een berk onderscheiden en, iets ingewikkelder, een kauw van een kraai – en daar houdt het ook wel op.
Ik woon in Amsterdam-Oost, vlak bij de Dapperstraat van J.C. Bloem en onderschrijf zijn adagium: ‘Wat is natuur nog in dit land? (...) Geef mij de grauwe, stedelijke wegen, de in kaden vastgeklonken waterkant.’
Voor een taalkundige is dat onhandig. Neem het woord ‘granaatappel’ – dat leerde ik kennen toen ik op de basisschool Koning van Katoren (R.I.P. Jan Terlouw) las. De woorden ‘granaat’ en ‘appel’ kende ik al, dus nam ik aan dat een granaatappel een appel was die op de een of andere manier op een granaat leek. Met dat idee heb ik lang rondgelopen.
Maar het is natuurlijk andersom. De granaatappel is vele malen ouder dan de granaat. Een granaat werd een granaat genoemd omdat de explosieve lading (en het uiteenspatten ervan) aan granaatappelpitjes deed denken.
Het woord granaat(-appel) is trouwens ontleend aan het Latijnse grānātus, dat ‘vol graankorrels’ betekent – de vrucht zélf is dus ook weer genoemd naar een gelijkenis, maar dan met graankorrels. Dit grānātus is gevormd naar grānum, dat het Nederlands in een vroeg stadium heeft ontleend als graan.
Nu we toch bezig zijn: dat Latijnse grānum gaat terug op de Proto-Indo-Europese wortel *ǵerh₂-, dat als basisbetekenis ‘groeien’ of ‘verouderen’ had. Ons woord koorn gaat linea recta op deze wortel terug. Hetzelfde geldt voor het Griekse γῆρας (gēras, ‘ouderdom’), waaraan wij dan weer het woord geriatrisch ontlenen.
Onlangs had ik opnieuw een granaatappelervaring. Dezelfde vriend die mij het verschil tussen een kauw en een kraai heeft uitgelegd, heeft mij ook ooit een plaatje van een wouw laten zien – een roofvogel die je volgens hem met een beetje geluk in Limburg kan zien vliegen. Je herkent ’m aan zijn gevorkte staart.
Nu kwam ik er onlangs achter dat de wouw in het Engels een kite is. Zoals een vlieger, dacht ik, om vervolgens te beseffen dat het wederom andersom is. De natuur komt eerst, daarna pas het speelgoed. De vlieger is vernoemd naar de roofvogel omdat-ie lijkt te bidden zoals roofvogels dat doen (op één en dezelfde plaats blijven zweven terwijl ze de grond afspeuren).
Aron Groot
Dank voor het lezen! Het schrijven van deze stukjes kost tijd. Nu heb ik het niet zo op de ‘tijd is geld’-instelling, maar de erkenning die een donatie inhoudt schat ik des te meer op waarde. En het geld zelf is natuurlijk ook wel handig. Hoe dan ook: veel dank, Aron.




Wat ontzettend leuk geschreven weer! Blijft me elke keer verbazen
Lovely 🥰